Moederschapsverlof
De normale duur van het moederschapsverlof bedraagt 15 weken. Dit kan verlengd worden bij een geboorte van een meerling of indien het kind in het ziekenhuis moet verblijven.
Het werk mag onderbroken worden vanaf 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Indien een meerling verwacht wordt kan dit reeds vanaf 8 weken. Het verlof moet minstens 7 dagen voor deze datum ingaan. Indien de bevallingsdatum later dan gepland is dan wordt het verlof verlengd tot op de echte bevallingsdatum. De vermoedelijke bevallingsdatum wordt door een medisch getuigschrift vastgesteld en moet minstens 7 weken op voorhand overhandigd worden. Bij meerlingen is dit 9 weken. De moeder moet het werk gedurende 9 weken na de bevalling onderbreken. Bij meerlingen mag ze maximaal 11 weken nemen. Als er langer gewerkt wordt voor de bevalling dan kan deze periode worden toegevoegd aan het verlof na de bevalling. Indien het kind prematuur geboren wordt, minder als 7 dagen na de onderbreking van het werk, dan wordt de overgedragen periode verminderd met het aantal dagen dat de moeder is blijven werken in de periode van 7 dagen voor de bevalling.
Sommige periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst worden met voortzetting van het werk gelijkgesteld. Dit is het geval bij feestdagen, jaarlijkse vakantie en dagen tijdelijke werkloosheid. Het geld echter niet voor periodes van verwijdering van het werk, zelfs indien de moeder een vergoeding voor beroepsziekte ontving, nog voor ziekteperiodes tijdens de zwangerschap of wanneer de ziekte een gevolg is van de zwangerschap. Deze periodes kunnen dus niet na de bevalling worden overgedragen.
Indien het kind langer dan 7 dagen gehospitaliseerd wordt na de geboorte kan het verlof verlengd worden met de duur van de hospitalisatie ne de zevende dag met een maximum van 24 weken. Om van dit recht gebruik te maken moet men een attest van het ziekenhuis, op het einde van het postnataalverlof, aan de werkgever overhandigen. Indien de moeder tijdens de eerste 6 weken voor de bevalling arbeidsongeschikt was dan kan het postnataal verlof met 1 week worden verlengd.
Ziekte en moederschapsverzekering
De werkgever is niet verplicht een gewaarborgd loon te betalen. Indien de moeder ziek wordt tijdens haar zwangerschap houd de verplichting van de werkgever om het gewaarborgd loon te betalen op op 6 weken voor de bevallingsdatum.
Borstvoedingsverlof
Werkneemsters die borstvoeding geven hebben dezelfde beschermingsmaatregelen als zwangere werkneemsters. Er wordt echter een lijst van gevaarlijke of schadelijke werkzaamheden gehanteerd. Aan de hand van een medisch getuigschrift moet men bewijzen dat er borstvoeding gegeven wordt. De werkneemster die met deze regel verwijderd wordt krijgt van het ziekenfonds een uitkering. Dit gedurende maximaal 5 maanden. De meeste werkneemsters die na hun moedreschapsverlof hun kind borstvoeding geven doen beroep op het tijdkrediet.